Auteur Topic: Geschiedenis St.Philipsland uit div. stukken  (gelezen 765 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline webmaster

  • Administrator
  • Full Member
  • *****
  • Berichten: 133
  • Geslacht: Man
  • local historian
  • -Locatie: Willem van Beierenstraat
Geschiedenis St.Philipsland uit div. stukken
« Gepost op: augustus 03, 2017, 09:16:20 pm »

Titel waarop: ’t eiland St. Philipsland met het wapeu :

Gemeente St Philipsland. Uitgave van Hugo Su ring au 1868.
Grootte 2839 bunders. Inwoners 1200. Schaal van
1 : 50000.

Hierop.de Oudepolder (1645), de Nieuwe of Henriettepolder (1776), Kra-
merspoldev (1847), Anna Jacobapolder (1847), Willempolder (1856).

Aau den noordkant van het eiland Tholen heeft, reeds in oude tijden, een
eiland gelegen met een kerkdorp , naar den martelaar Puilifpus St. Philipsland ,
en ook wel St. Philipskerke (Oudheden en gestichten , dl. I, bl. 75) genoemd.
Door watervloeden schijnt het meer dan eens overstroomd te zijn, doch kwam
telkens weer boven, vooral tengevolge der sterke verlanding op dit punt, waar
Grevee en Keeten elkander kruisten , welke aanslibbing na het sluiten van Pluim-
pot en Poortvliet nog toenam. In het oudste register der goede leenen staat
dit land vermeid als de ambachtsheerlijkheid van zekere uitgorsen en sliklanden
genaamd Roosenboom , Ruitstoppeleu, de Weelde, Graefuisse (volgens Vekheije
van CiTTEits beteekeneude schor in de Grevee, wiens verlenging Grevelingee werd
genoemd) ofte Betkenslaud, liggende over de Zijpe nevens den stroom de Kcete.
ii De grootste dier schorren werd weder in tweeën gescheiden door de Luister-
kreek, die van de Brnintjeskreek aan het .Mastgat naar het Slaak (van Maerloo)
liep. Ligging en namen wijzeu , naar het mij toeschijnt, op een vroeger over¬
stroomden bodem. Deze schorren behoorden, in de vijftiende eeuw, aan de
heeren van Veere. Filips van Bouhgondië , heer van Beveren (zoon vaa As-
thokts , den bastaard van hertog Filips) getrouwd met Anna van Borssble ,
liet ze in 1496 indijken , zoodat het, vol geus Reigersberg (Boxhorn , dl. I,
hl. 48) een .proper poldcrke werd met een schoon dorp daarin.” In 1511 en
1530 werd het weder overstroomd, doch spoedig ingedijkt. De beruchte vloed
van November 1532 bracht hier echter aan de waterkeeringsn zulk een knak toe,
dat de schade niet kon worden hersteld, en het meer dan cene eeuw duurde eer
de schorren werden ingepolderd. Dit geschiedde in 1645 , toen 1360 gemeten
183 roeden droog gelegd werden, waaronder echter niet begrepen waren, bet
zoogenoemde Stellend over de Mosselkreek , de Hamel of het Rammescbor, daar
deze schor klein cn smal en de kreek diep was. Toen hier de verlanding bleef
voortduren, kwam men op de bedijking terug , doch dit voornemen bleef onuit¬
gevoerd. In 1776 werden de schorren aau den oostkant van het eiland aan het

Slaak bedijkt, en ontstond de zoogenoemde Nienwe of Henriettepolder, van waar
in 1858 een slikdam naar den .Noord-Brabantschen wal werd gelegd, die echter
door het water vernield en tot heden nog niet hersteld is. Hier hadden aan¬
merkelijke aanwinsten plaats, niet het minst aan de zijde van Noord-Brabant,
door het indijken van den Heenepolder onder Steenbergen, waarbij een groot
deel der slikken van Beukelenburg begrepen werd. Die schorren worden reeds
in 1286 als de Bokelenberg en Bokelenpiet vermeld, een naam wellicht in ver¬
band met den stroom de Bolcee, misschien ook naar een geslacht, daar de
naam van Benkel niet ongemeen was en o. a. in 1186 vernield wordt Glibbert
de Bocla , (zie 6. van Hookenbkeke, Étude sur l’origine des nom., Rrux.
1876 en hiervoren bl. 368). Ermrrins spreekt (a. w. dl. VIII, bl. 128) van
de zijns inziens „ slaafsche hofdienst en dienstbaarheid’1 om den graaf drie wa¬
gens schapenkaas „ tot koeken ambacht” (voor de keuken) te moeten leveren.
Dit is vermoedelijk een last geweest op deze schorren drukkende, die echter
daar genoemd worden onder Poortvliet te liggen. In November 1351 gaf graaf
Willem V, te Zierikzee zijude , aan J. de Monter ten live de drie wagens
kaas van het gors Boelenberg bij Poortvliet, (van Visvliet, Inventaris, bl.
83). Nog belangrijker waren de aanwinsten in 1847, toen ten noorden van
het onde Philipsland de polder aangewonnen werd die naar den toenmaligen
burgemeester Kramerspolder heet. In hetzelfde jaar werd ten noordwesten de
Auna Jacobapolder , het eigendom van den heer Willim Fredekik del Campo
genaamd Camp door zijne echtgenoote Anna Jacoba van Sonsbeeck, ingedijkt.
Den 10 Juni 1847 werd dit groote werk aanbesteed en was in November vol¬
tooid, en de Bruintjeskreek gesloten en het schor van Rnmoirt grootendeels tot
land gemaakt, waarvan de naam bewaard blijft in een der grootste hofsteden,
niet ver van den ouden Philipslandschen stel berg. Daar deze ingedijkte landen
meerendeels tot Bruinisse behoorden , werd de nieuwe polder aan die gemeente
toegevoegd, aan welke ongeriefelijke vereenigiug in 1857 een einde werd gemaakt.
Een jaar te voren waren nog 30 H. A. aan de westzijde van den polder bekaad,
die in 1859 met een zeedijk omsloten den naam van den Willemspolder kreeg.
In Mei 1863 werden deze polders met een bezoek van koniug Willem III
vereerd, (J. H. de Stoppelaar , Gedenkboek, bl. 290).

Op het oudste leenregister staan de genoemde schorren , waaruit Sl. Philips¬
land ontstond, ten name van A do lp van Bourgondië, die daarmede in 1518
verleid werd; in 1561 kwamen zij op zijn zoon Maximiliaan , in 1569 opzijn
zusters zoon Max. van Hennin graaf van Bossu, in 1573 behoorden zij aan
Max. van Khuiningen , wiens moeder was Jaq.ueline van Bourgondië, zuster
vau den heer van Bevere voornoemd. De goederen werden waarschijnlijk in
1601 verkocht, daar in Augustus van dat jaar met 1/3 verleid werd Ma¬
ria van Burg, (Geneal. Aiirichem bij van Leeuwen, bl. 828), 1/3 van 3/4
aan jbr. Pieter en voor 1/4 aan jhr. Daniël Svijs en 1/3 aan Jacques Mau-
KiquES en mr. Floris Sas van Welhamme , ieder voor de helft.

Het 1/3 van Maria van Burg kwam in Mei 1629 aan Jacob van Baarland .

heer van Baarland, Dirkslarul en Wemeldingen , van wien een geestelijk schrijver, om¬
streeks 1660 , getuigde dat hij te Antwerpen Tronende en toen 82 jaren oud , tot een
geslacht behoorde, dat nooit met ketterij was besmet geweest, (te Water, Verb.
der Edelen, dl. I, bl. 208), in November 1663 op zijne dochter Magdalena
van Baarland , en voor de andere helft op zijne kleindochter Makia Louise
gravin van Groesbeeck. In 1685 kwam de helft van Magdalena van Baar¬
land op haar zoons zoon M. P. J. E de Boulogne de IiquEs, graaf van
Rupklmonde. Het deel der gravin van Groesbeek kwam, in 1709, op haar
zoon P. J. d’Anneux , markies de Warignt, en in 1711 dat van den graaf van
Rupklmonde op zijn zoon In 1726 verkocht d’Anneux deze bezitting aan
Johan Oostdijk , en tien jaren daarna werd het aandeel van den graaf van
Rupklmonde overgedragen aan Theodooh Wilhelm de Bije. Dat van Oost¬
dijk werd door zijn zoon in 1759, verkocht aan vrouwe Maria van Rei¬
gersberg, die ook in hetzelfde jaar het aandeel van den heer de Bije kocht,
en dit derde deel in de heerlijkheid in Maart 1796 naliet aan hare nicht Jo-
hanna Maria van den Brande.

Van het een derde deel der heeren Suus kwam de helft in 1604 bij testament
aan Ernest Jacobsz. Suus en in 1643 door koop aan Gehrit van der
Nisse, die in 1647 van Pietgr Danielsz. Suijs het overige kreeg. In 1721
werd dit deel verheven op Johan Hieronimus Huijssen , kw'am van hem
op HkNrirtte Margareta Mauregnault , en van haar bij testement op
Anna Henriette de Pehponciier Maisonnkuve , en in April 1774 op Johan
Willem Schorer.

Het laatste derdedeel werd voor de helft van mr. Floris Sas (Sasse) van VFel-
damme (zie hiervoren) a°. 1625 verheven op mr. Hendhik Sas van W'eldamme,
in 1721 op Henriette Margareta Mauregnault, en in 1763 op Anna Hen¬
riette de Peiiponcher enz. De andere helft kwam in 1615 aan Anthonis
Maurique ven zijn broeder Jacques, en in 1639 aan Jacob van Maasdam
bij den dood zijns vaders Anthonie Maiibiques , (zie over die familie die uit
Spanje afkomstig na de inname van Zierïkzee in 1576 aldaar was blijven wo¬
nen o. a. Navorscher 1869, bl. 106). In 1698 en 1699 werden deze aaa-
deelen door Abigael Maurkjues verkocht aan Jacobus van de Luijsteh. Na
nog verdeeld en meermalen verkocht te zijn kwam het grootste deel in handen
van vrouwe Henriette Maria de Mauregnault , en in 1763 aan Anna Hen¬
riette de Perponchkr.

Zoo kwam het ambacht schier geheel in het bezit der familie Schorer. In
1835 waren eigenaars van St. Philipsland jhr. J. H. Schorre en jonkvr. W.
H. Schorer, later'gehuwd met den heer A. Caland. In van dek Aa wordt
opgegeven Anna Maria Jacoba Schorer, wed. jhr. Johan Hendrik Schorer.
Na haar overlijden, in 1858 , ging de heerlijkheid over op haar zwager jhr.
mr. Jacob Guillielhus Schorer van St. Philipsland, na wiens dood de
heerlijkheid kwam op een zijner dochters, jonkvr. Clementine Elizabeth Cecilla,
eehtgenoote van denbeer mr, Daniël Weerts , te Arnhem.

Het dorp ligt aau de zijde van de Eendracht, De kerk werd in 1668 ge¬
bouwd, in 1844 vernieuwd en op den 18 November van dat jaar ingewijd.

In het provinciaal archief is eene kaart van de schorren, liggende tusschen
Tholen en St. Philipsland, behoorende bij het rapport van den toenmaligen
adjunct-inspecteur Andr. Schkavek dd. 20 Augustus 1799 over het verpachten
der schorren van het Rammegors en ’t hooge slik. Ook is er eene kaart van
den Nieuwen of Henriettepolder in Augustus 1777 ingedijkt, (van Visvliet,
Inventaris , dl. 1 , hl. 41 , 43).

Het wapen van St. Philipsland, gehand, goud en sinopel zal, even als dat
van Sommelsdijk , waarmede het veel overeenkomst heeft, wel in verhand staan
met dat der vroegere eigenaars de heeren van Boukgonjdiê , waarvan een der
eerste kwartieren gehand is van goud en azuur.

Kaart van Eilippenland.

Geteekende kaart, breed 55, hoog 42 c. M., op eene schaal van 120 roeden
Putsehe maat op 58 m. M. Hierop de kreek genoemd de Luister, het schoor
loopetide van Aleerloo, en de geprojecteerde dijken met stippen aangewezen.
Waarschijnlijk de copie eener kaart, vóór de indijking van 1645.

Kaart van Philipsland.

Geteekende kaart, breed 117, hoog 100 c. M., schaal van 290 roeden op
96 m. M. Vermoedelijk omstreeks 1668 vervaardigd. Papiermerk een posthoorn,
het merk w4,r en een vogel in een cirkel.

Kaart van Philippeland en omliggende slikken en stroomen.

Geteekende en gekleurde kaart, breed 52, hoog    40 c. M.,    op eene    schaal

van 500 roeden op 120 m. M.,    waarop geschreven:    „Minute    van den    tragel

gevoudeu onder de stukken der commissie, bekleed geweest door den heer Daniël
Vrrburgt (zie liïervoren), raad.    en Jacob Vekiikije    pensionaris    der stad    Zierik-

zee, a°. 1669, afgezonden naar    den raad van state    om vertoog    te doen    wegens

het weder opmaken van den tragel tusschen de Jlossel- en Krabbekreek. Hierop
zijn aangewezen de later bedijkte polders van Oost, West eu Nieuw Vrijberghe,
de Henriettepolder en de scheiding tusschen Steenbergen en Nieuw Vossemeer.
Alles op het nauwkeurigste door mij gecopieerd en beschreven. Popkensburg
28 Fcbr. 1818 Verhktje van Citters.” Hierop vele aanteekeningen door
van Citters.

Caert als boven.

Geteekende kaart, breed 125, hoog 64 c. M., op een schaal van 800 roeden
op 170 m. M. Hierop St. Philipsland , Zijpe. en de Keeten , alsmede een grooter
deel van Duiveland dan op de voorgaande. Dit de doorprikking zou men op¬
maken dat deze kaart gediend heeft om copiën te vervaardigen.

Extract uit het sehepeusregister van St. PhiJipsland del 4
Juli 1662.

Verklaring van Abraham Antheunisse , veerman van St. Annaland en Adri-
aen Janse , oud stellenaar op St. Philipsland, over den loop van het Slaak.
Geteekend door den secretaris Abraham Lambkechtsen Heggebeen. Copie
door J. Verhei je van Cittees.

Kaart figuratief van ’t Slaecke en ’t incomen van de rivier de
Eendrecht, mitsgaders van den ouden doorgebroken en
ook van (den) nieuw geconcipieerden fcragel. tusschen het
land van Tholen en St. Philipsland , sijnde relatief tot het
laatste verbaal gehóuden bij de Ed. Mog. Heeren van den
Clouse en van de Yelde , gecommitteerd uit de Ed. Mog.
Raad van State in de maand Juli deses jaers 1682. Iman
de 'Waijeu.

Geteekende en gekleurde kaart, breed 75 , hoog 52 c. M., schaal van 200
Putsche roeden op 90 m. M. Hierop de oude en de nieuwe ontworpen tragel
of dam. De polder van Hikke in de heerlijkheid Vossemeer is hier overstroomd
en de doorbraak van Januari 1682 , over het fort Oranje, aangewezen. De
heer Verhei je van Citteiis teekende op deze kaart de Henriettepolder aan
St. Philipsland en den Nieuwen Vrijberghschen aan Tholen.

De bovenstaande kaarten hebben betrekking op dezelfde zaak en wel het leggen
van een dain door de Mosselkreek. De sterke vcvlandiug alhier, deed vrees
ontstaan voor de veiligheid in oorlogstijd en nu meende men met de dammen
door de Mosselkreek, Krahbekreek, Hamelkreek en Wijdaars eene verdieping
van Eendracht en Zijpe te zullen verkrijgen. In April 1663 werd dan ook een
dam door de Mosselkreek gelegd, die in ’t volgende jaar op meer dan eeue
plaats doorbrak, doch hersteld schijnt te zijn, daar in Juli 1670 de ingelanden
van de Broek- en Rooland polders aan de staten klaagden , dat zij , nu er ook
een tragel door de Krabbenkreek gelegd was, waardoor een opwas ontstond,
het water niet konden kwijt raken, (Ermekins , a. w. dl. VIII, bl, 43). Daar
Zeeland deze werken in het belang der algemeene fortificatie achtte, werd daar¬
voor de hulp der algemeene staten en van den prins stadhouder ingeroepen om de
kosten, op vijftig of zestigduizend gulden begroot, te helpen dragen. Over deze
zaak is, gelijk in die dagen reeds gebruikelijk was, veel gehaspeld, doch er
kwam een einde aan toen cle dammeu een paar keeren door het water waren
vernield. Over den tragel door Wijdaars van Philippenland , door de Mosselkreek .
over Rammegors door de Crabbenkreek, gesloten aan het gors van Vrijberghe (a°.
1663) vindt men eeiie belangrijke verzameling bescheiden in de collectie Vkr-
H ei je van Citters in ’t provinciaal archief, portefeuille Duiveland en Tholen,
Een kaart daarvoor wordt vermeld Inventaris, Al. I, bl. 4.2. Verder zie men

Zelandia illustruta. H.


25

Ekmekins , dl. Vlli, bl, 26; Staten notulen 1670 en 1680, bl. 185; uk
Jonge van Bsuinisse , Graafschap Zeeland, bl. 120.

Iman de Waijer, de fceekenaar dezer kaart, is waarschijnlijk dezelfde die in
1696 dijkgraaf te St. Maartensdijk was en wiens familie ook in Scherpenisse
voorkwam.

Kaart van den Kramerspolder in de gemeente St. Philipsiand.
Drukkerij van P. W. Scheepens, te Bergen-op-Zoom.

Deze kaart op eene schaal van 5000 meters op 110 m. M., behoort hij de
gedrukte veilingsconditiën o. a. van Mei 1872.

Kaart van St. Philipsiand en omstreken, met den geprojecteer-
den dam uit den Henriettepolder naar den Noord-Brahant-
sehen oever. P. Caland del. 1850.

Geteekende kaart in O. I. inkt, breed 50, hoog 37 e. M., schaal van
1 : 40000.

Portret van iSJicolaes Michaei. Oostdijck. Goesauni. Aet.
LYII a°. CIOIOCXX. Ora et labora.

Het portret, dat de heer Verheije van Citters hier had willen plaatsen,
ontbreekt. Het is even als dat dl. I, bl. 444 vermeld, op eene onverklaar¬
bare wijs, waarschijnlijk door te goed vertrouwen bij de bezichtiging van onzen
atlas, verdwenen.

Handteekening van Pontiaan van Hattem.

Deze geleerde en edele man, in 1641 te Bergen-op-Zoom geboren, werd in
1672 te St. Philipsiand beroepen en in Mei 1683 , wegens te vrijzinnige ge¬
voelens, toen sociniaansche, antinomiaansche, übertijnsche , godslasterlijke suffe-
rijen genoemd, van zijn ambt ontzet. In de schriftelijke aanteekeningen van
Pieter de la Rue vindt men van van Hattem: deze bijzonderheden. „ Een
vriend van hem heeft mij gezegd,” schrijft de la Ruk , „dat zijn geschrift
Be eenvoudige man opgesteld is op verzoek van den ouden heer van Krniningen
(Antonie de Huijbert) ter beantwoording eener geschreven geloofsbelijdenis
van den heer Corn. Hop , raadsheer in den Hoogen Raad, door den heer van
Krniningen aan van Hattem gezonden. Diezelfde heer zeide mij ook dat de
drie stukken in kwarto onder den titel Be val van ’s vserelts Afgod door van
Hattem geschreven zijn, zijnde mr, J, van Roggeveen slechts de uitgever.
Het laatste staat trouwens op den titel van het in 1718, dus twaalf jaren na
van Hattems dood uitgegeven werk.” Zie over van Hattem , Godgeleerd
Nederland i. v. en de aldaar aaugehaalde werken, en over het. genoemde
boekje o. a. mijn Algemeene kerheraad te Middelburg, bl. 138.